‘Door het oog van een ander’. Bijbelverhalen als kruispunten

Door Remy Verwimp in VBS-Informatie Juni 2007

‘Door het Oog van een Ander’ is een internationaal project, waaraan meer dan 120 groepen uit meer dan 25 landen over heel de wereld in de afgelopen jaren hebben deel genomen. Coördinator van het project is Dr. Hans de Wit, universitair docent contextuele theologie en interculturele hermeneutiek aan de Faculteit Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het project wordt gedragen door een onderzoeksteam dat zijn resultaten openbaar maakt langs website en boeken.

Nu gaat een tweede, nieuwe fase van start, waarvoor opnieuw tientallen groepen zich kunnen inschrijven, ook in Vlaanderen.

Context

De laatste jaren wordt de wereld dramatisch geconfronteerd met iets wat sommigen al lang vergeten waren, namelijk dat oude Schriften in hoge mate bepalend kunnen zijn voor het handelen van mensen. Wij weten weer dat Bijbel en Koran het vermogen hebben om te doden. De lezing van deze teksten kan leiden tot kolonialisme en slavernij, maar ook tot heil en bevrijding, tot bekering en nieuw leven.

Wij lezen de Bijbel niet in de eerste plaats om helderheid te krijgen over teksten van meer dan 2000 jaar oud, maar om helder te krijgen hoe vandaag te handelen.

In de Werkplaats voor Theologie en Maatschappij oefenen wij ons al 25 jaar in het vormen van permanente leerhuizen, naar het model van het joodse leerhuis. Een groep van 10 à 15 mensen komt maandelijks een avond of een dag samen. In die leerhuizen zetten wij een ‘Tenach-brilletje’ op. Naast andere brilletjes helpt het om samen doorkijkgaatjes te maken in de door de heersende ideologie en propaganda aangeslagen ruiten die ons beletten de samenleving te bekijken vanuit de onderkant. Uit onze verwevenheid met de heersende ideologie ontstaat veel onduidelijkheid. Wij maken zelf deel uit van het economische systeem en wij profiteren ervan. Daardoor is onze manier van kijken verwrongen. Wij willen eerst goed leren zien, dan zullen wij ook beter kunnen handelen.

Om te leren kijken steunen we meestal op onze ervaring, maar meestal bevestigt die slechts onze manier van kijken. Onze burgerlijke manier van kijken blijft buiten schot. Leren zien wat wij nog niet zien, kunnen we leren door verhalen van anderen te lezen, in een andere tijd of op een andere plaats.

Niet ieder verhaal is in staat om ons te leren zien. En niet alleen bijbelse verhalen kunnen dat. Er zijn andere verhalen van mensen die aan de onderkant staan. Een goed verhaal leert je de tegenstellingen zien. Jezus was een jood, geen christen. Vrouwen kennen de pijn van de ontvankelijkheid en het baren. Mannen moeten het vermogen leren zich te laten besnijden zonder terug te slaan. Wetenschappers die niet mee in de strijd staan missen de noodzakelijke affiniteit die eenvoudige mensen dikwijls wel hebben om tot een ‘recht’ verstaan van de Bijbel te komen.

Maar waarom altijd die Bijbel blijven lezen? Die verhalen zo oud en zo moeilijk?

Veel moderne verhalen lijken mij ouder dan de verhalen uit de Schrift of de Koran. Als je dieper in je eigen levenssituatie en de werkelijkheid wil doordringen, dan heb je een andere ‘taal’ nodig dan de ‘heersende’ taal. De taal van de Bijbel is inzetbaar in onze gesprekken. Een bijbels verhaal in het midden van de kring schept heel veel toegangspoorten waarlangs mensen met hun eigen verhalen kunnen komen. En ze geven je ook iets terug. De bijbelse taal is inzetbaar tegen objectief cynisme, dat zich in ons binnenste dreigt te nestelen. Tegenover de analytische, individualistische doodstaal die beantwoordt aan de reclamebehoeften, is de bijbelse taal benoemend, collectief, levende taal, vol belofte en hoop, gericht op werkelijke behoeften. Taal van gedenken en herinneren. Taal die het verleden recht doet.

Het project Intercultureel Bijbellezen gelooft dat het stimuleren en begeleiden van kleine leesgroepen die gemeenschappelijk en contextueel bijbelteksten lezen, een urgente taak is. Het maakt scherp het eigenlijke karakter en de eigen mogelijkheden van bijbelteksten duidelijk. Bijbelteksten zijn geen objecten, waarover men macht kan uitoefenen, maar ruimte waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten en verantwoordelijkheid voor elkaar kunnen opnemen. Het gezamenlijke lezen van teksten is dan niet gericht op totaliteit, op beheersing, op macht, maar op oneindigheid, op openheid en interactie.

Het project vertrekt vanuit het geloof dat de oude verhalen uit Bijbel en Koran een geschenk zijn aan mensen van vandaag; dat ze mensen op de been kunnen brengen en toestanden kunnen veranderen; dat ze dragers zijn van potentieel gedrag; dat ze een bijdrage kunnen betekenen in interculturele ontmoetingen en conflicten. Verhalen uit de Schriften kunnen een ontmoetingsplek worden voor mensen en groepen vanuit verschillende culturen, continenten en religies.

Cultuur

Cultuur is ons in de genen, in het bloed gaan zitten, maar wij zijn ons daarvan nauwelijks bewust. Wat water is voor de vis, is de cultuur voor de mens. De mens is van natuur geneigd om in hetzelfde water te blijven. Dat voelt het meest vertrouwd aan. Eigen cultuur eerst. Pas als je uit het water stapt, wordt je met andere culturen geconfronteerd en met verschillen van die andere culturen.

Cultuur is ook een vorm van mentale programmering. Hoe determinerend is die programmering? Hoeveel van wat wij doen is als evident geprogrammeerd omdat wij tot deze westerse of christelijke of middenklasse cultuur behoren?

Cultuur is bij uitstek het terrein waar betekenis aanvaard wordt of bestreden, waar hegemonie gevestigd wordt of omvergeworpen. Vragen die bepalend zijn bij het kijken naar culturen zijn deze:

  • Wie heeft er de macht, wie niet?
  • Welke machtsongelijkheden zijn er toegestaan?
  • Wat wordt als van het individu beschouwd? Wat is collectief?
  • Welke rol spelen bloedverwantschappen?
  • Hoe belangrijk is de band met de familie?
  • Wat betekent trouw aan de stam?
  • Hoe vloeiend zijn de grenzen tussen masculien en feminien?
  • Wat wordt er vastgelegd in wetten, in grondwetten?
  • Wat maakt onzeker? Wie of wat boezemt angst in?
  • Hoe is de omgang met de tijd en met de tradities?

Bij het lezen van teksten is het daarom van het grootste belang om te erkennen dat wij lezers van vlees en bloed zijn, mensen met persoonlijke overtuigingen en eigen belangen. Wij, lezers, participeren openlijk aan de totstandkoming van de betekenis van een tekst. Een tekst heeft niet een al op zich staande, vastgelegde betekenis, maar kent vele betekenissen die ontstaan op het kruispunt van tekst en lezers.

Tegelijkertijd houden wij overeind dat de tekst zelf ook ‘een ander’ is, die op zijn beurt bepaald is door zijn eigen sociale positie, uit andere sociale en historische contexten afkomstig. Die tekst vraag om ook zelf te mogen mee spreken, vraagt om ook met respect te worden benaderd.

De interactie tussen tekst en lezers is daarom nooit neutraal. Het wil altijd een ontmoeting zijn, waarbij beide poreus zijn en in elkaar willen doordringen. Een grensgebeuren! Wat kunnen wij wijzigen door ‘uitburgeren’, door ‘uitculturen’, door te kijken naar de werkelijkheid ‘door de ogen van een ander’?

Interculturele ontmoeting

Wij leven in een samenleving met verschillen. De veelheid is overal aanwezig. Wij zijn gedoemd om in die grote verscheidenheid en veelvoudigheid met elkaar samen te leven en oplossingen te zoeken voor duizenden, veelal grensoverschrijdende problemen, zoals: water, vervuiling, ecologie, geweld, globalisering, armoede, oorlog, entropie…

Wij leven in één wereld. En zoals twaalf gezworenen van een assisenjury met elkaar opgesloten zitten en wel tot een uitspraak moeten komen, zo zullen wij ook met al onze verschillen wereldwijd elkaar moeten vinden om tot gemeenschappelijke stappen van bevrijding te komen. Daarvoor zullen wij ons moeten trainen in het leren kijken naar de werkelijkheid door de ogen van de ander. Wij lezen de krant met onze eigen bril. Wij lezen de Bijbel dikwijls vanuit één perspectief: het onze. Maar ons perspectief is niet het enige. Het is zeker niet het enige ware perspectief. Een zwarte vrouw uit Afrika verstaat wellicht meer van de ontmoeting van Jezus met een Samaritaanse vrouw bij een waterput (Joh 4) dan wij, gewoon omdat ze de betekenis van een waterput in het leven vrouwen kent. Lezen door de ogen van een ander confronteert ons met het ‘vreemde’, het ‘gans andere’. Als in een spiegel kunnen wij tot de ontdekking komen wie wij zelf zijn en wie de ander is.

Kunnen verhalen uit de bijbelse traditie vandaag nog een rol spelen in onze actuele debatten? Kunnen wij een bijdrage leveren in ons zoeken, in onze conflicten, in de dialoog tussen verschillende culturen? Kunnen die verhalen mensen veranderen en gemeenschappen in verschillende culturen vandaag nog op de been houden?

Het project Intercultureel Bijbellezen wil de dialoog openen en wil meer politieke lezingen die de subjectiviteit van de lezers erkent. het project wil ruimte scheppen om mensen met minder macht toch met hun eigen stem te laten spreken, om zelfbewust met de tekst en met de ander om te gaan en mee de politieke agenda te bepalen.

Volle betekenis

De Bijbel is een massaproduct geworden, dat voor veel doeleinden ingezet kan worden. Het is een boek dat verkocht is onder slavenhandelaren zowel als slaven, verdedigers van apartheid zowel als tegenstanders, kapitalisten als communisten… Het is een boek dat een geweldige overlevingsstrategie aan de dag heeft gelegd.

Sinds De Nieuwe Bijbelvertaling is de Bijbel nog meer een culturele icoon geworden. iedereen heeft het boek, maar niemand leest het nog. Er worden allerlei culturele activiteiten mee georganiseerd. Maar worden de lezers daarmee ook tot lezen verleid?

Altijd al was dit boek in handen van pastoors en theologen, opgesloten in hogere regionen. Hoe kunnen gewone lezers omgaan met de verhalen uit de Bijbel? Dat is de uitdaging. De Bijbel als tekst, als openbaring, als bezieler voor interactie en bevrijding van gewone mensen, die vraag blijft ons hardnekkig aanstoten.

In het project Intercultureel Bijbellezen gaan groepen van ‘gewone’ lezers in gesprek met elkaar rond een bijbelverhaal. ‘Echte’ lezers, lezers van vlees en bloed, mensen die lezen met heel hun geschiedenis, met heel hun context, met lijf en leden. Mannen en vrouwen die door de bewoners van de Eerste Wereld eerder gezien worden als minderheden: gevangenen, mensen die geen christenen zijn, armen, vluchtelingen, homoseksuelen. Lezers die de bijbelverhalen benaderen vanuit hun eigen sociale plaats, met hun eigen agenda’s in het hoofd. Mensen die op zoek zijn naar bevrijding en dekolonisatie en emancipatie. lezers die bij ons als de stem van de Ander klinken.

Zij raken in gesprek met elkaar over de betekenis van de tekst en van het eigen leven. Zij maken verslagen van ‘hun lezing’ en confronteren ‘hun lezing’ met andere groepen uit andere leefwerelden en continenten. En zo wordt de Bijbel een geschenk van mensen van deze wereld aan elkaar.

Kan het zijn dat de volle betekenis van die verhalen allen door de volle gemeenschap kan ontdekt worden? Dat in die lezing in het verleden van de kerken meestal de stem van de wetenschappers en van de leiders klonk, maar niet de lezing van gewone mensen? Nochtans behoort 99% van de bijbellezers tot de gewone, niet professionele lezers. Misschien zijn gewone lezers wel bron van inzicht en wijsheid in plaats van vervuiling. Met hun lezing kunnen teksten nieuwe betekenissen krijgen, die niet door de schrijver gezien zijn. Precies door de eigenzinnige lezing van gewone mensen en door de uitwisseling van die lezingen kunnen deze verhalen vollere betekenis krijgen.

Hoe verloopt het proces?

  1. Uiteraard moet een groep eerst het project ‘Door het oog van een ander’ leren kennen. Wat betekent intercultureel bijbellezen? En hoe is het project in de afgelopen jaren zijn gang gegaan over heel de wereld?
  2. De groep zoekt een partnergroep uit het zuiden of uit een andere culturele context hier.
  3. De groep maakt van zichzelf een ‘foto’. Dat kan gebeuren aan de hand van ‘individuele’ staalkaarten. De bedoeling is dat helder is in welke maatschappelijke of kerkelijke context deze groep te situeren is.
  4. De ‘foto’ wordt doorgestuurd aan de partnergroep. Die stuurt ook haar ‘foto’ door, samen met het voorstel van een bijbelverhaal waarrond gewerkt zal worden. Het gekozen verhaal zal niet te lang zijn (15-25 verzen), liefst een verhalend genre. Liefst ook een tekst die kans biedt voor diverse identiteiten (open, toegankelijk, leesbaar). Het verhaal is beter niet totaal onbekend. mogelijk thema’s: globalisering, empire, aids, schending van mensenrechten, sociale ongelijkheid. Voorbeelden: Genesis 1-11, Numeri 5,31-31, Marcus 5,22-43, Handelingen 4,32-37, Matteüs 13, Daniël, Apokalyps 21…
  5. De groep maakt een spontane lezing van de tekst en stuurt het uitvoerige verslag daarvan door aan de partnergroep.
  6. Enige tijd later zal een verslag toekomen van de lezing van de partnergroep.
  7. Bespreking en becommentariëring van elkaars leesverslagen: Wat zijn de verschillen? Wat zijn de overeenkomsten? Het is hier echt oefenen in het kijken ‘door de ogen van de ander’. Van die lezing, bedenkingen, verrassingen, vragen… wordt opnieuw een rapport of een brief opgestuurd naar de partnergroep.
  8. Wij kiezen ervoor om in deze fase ook de tekst zelf voldoende te laten spreken. Dat wil zeggen dat de studie van de betekenis van de tekst in het debat en de context van de schrijver wordt opgenomen (sleutels). De resultaten van deze contextuele lezing worden meegenomen in de confrontatie met de partnergroep. Niet dat er een ‘juiste’ interpretatie van de tekst is, maar om het debat te verruimen en betekenissen van de tekst in het debat van toen mee te laten spreken.
  9. De groepen kunnen onderling verdere stappen met elkaar bespreken. De groep denkt erover na of ze de confrontatie met deze groep wil voortzetten en verdiepen ofwel door een nieuwe tekst af te spreken ofwel door andere mogelijkheden tot interactie en contact uit te bouwen.

Het mag duidelijk zijn dat met vertaling, verslagen en verzending het hier gaat om een traag proces, dat veel geduld vraagt. Daarom is het ook belangrijk dat de groep ondertussen ook andere thema’s of teksten of opdrachten aanpakt.

Wat levert het op?

Het project Intercultureel Bijbellezen heeft de volgende resultaten opgeleverd:

  1. Een ongekende verscheidenheid aan interpretaties van teksten komt aan het licht. Het simpele gegeven dat de Bijbel in verschillende culturen zo verschillend gelezen wordt, geeft aan dat het onmogelijk is om je lost te maken van je maatschappelijke, kerkelijke en persoonlijke situatie. Intercultureel bijbellezen maakt je voorgoed bewust van de contextualiteit van de eigen culturele en religieuze vooronderstellingen. Onze uitleg van de tekst is niet de enige en kan niet normatief zijn. Op talloze plaatsen in de wereld zijn er die anders omgaan met de tekst dan wij gewend zijn. Dat daagt ons uit. Het verrijkt ons geloof en biedt ons een rijker perspectief op Christus en de wereld.
  2. Opmerkelijk zijn de verschillen tussen het Zuiden en het Noorden in de manier van omgaan met de Bijbel. Groepen uit het Zuiden kiezen hun startpunt veel meer in de ervaring. Zij geven een directe toepassing van het bijbelverhaal op het eigen leven. Terwijl men zich in het Noorden vooral de objectieve vraag stelt: ‘Wat staat er precies, wat zegt de tekst?’, is de ‘naïeve’ vraag in het Zuiden veelmeer: ‘Wat zegt de tekst mij?’ In het Westen is de Bijbel soms weinig meer dan een literair document. Soms fungeert de eigen rationaliteit als een wringer waar de tekst doorheen wordt gehaald. Intercultureel bijbellezen legt de kloof bloot die er is tussen de westerse exegesepraktijken en de leespraktijken van de gelovige lezers. Hoe ligt de verbinding tussen een wetenschappelijke en een gelovige omgangsvorm met de Schrift? Christenen uit het Zuiden brengen verhalen vooral in verband met spiritualiteit en evangelisatie. Dat confronteert leesgroepen uit het Noorden met de eigen verlegenheid met begrippen als: bekering, geloof, evangelisatie. Ongenadig komt aan het licht hoe diep de secularisatie zit en hoe diep de geloofscrisis zit. Niet dat die crisis toegedekt moet worden. Maar het kan een aanleiding zijn om dingen nieuw te doordenken.
  3. Het Woord kiest vrij zijn weg in een veelheid van culturen en onttrekt zich aan kerkelijke bevoogding. De leesverslagen tonen aan dat de Bijbel in het Zuiden een cruciale betekenis heeft in het leven van alledag. De kracht van bijbelverhalen, vol verbeelding en creativiteit in verband gebracht met eigen volkse tradities, brengt meer mensen dan ooit in de geschiedenis tot navolging van Christus. De Bijbel is dan ook een niet-westers boek en staat dichter bij hun leefwereld dan bij die van ons als kinderen van de Verlichting. De verhalen over Jezus die zieken geneest en demonen uitdrijft, hoort de Afrikaan niet alleen, hij kent die ook als deel van de eigen ervaring.
  4. Intercultureel bijbellezen brengt de oecumenische ontmoeting op het niveau van het dagelijks leven van gewone mannen, vrouwen en kinderen. Iedere gelovige mag meedoen. Het gesprek rond de bijbeltekst brengt je bij de ander in huis en voert pardoes tot de diepste levensvragen. Het confronteert ons met de dramatische ongelijkheid tussen armen en rijken die de wereld verdeel houdt. De verschillen treden schrijnen aan het licht en kunnen niet anders dan bij het gesprek betrokken worden. Zij vragen om solidariteit. Miljoenen aan de onderkant van de samenleving putten van dag tot dag hoop en vreugde uit de Schrift, in hun strijd om te overleven in situaties van armoede, honger, ziekte en vervolging. In deze situaties is de tekst hun vaderland, hun moederland.
  5. De Bijbel is vooral een boek van een gemeenschap. Binnen de kerk als netwerk van uitleggemeenschappen is interculturaliteit essentieel voor het verstaan van het Evangelie. Grote vraag is of westerse kerken van de Verlichting en de kerken van het Zuidelijk halfrond met hun premoderne tradities en meer intuïtieve omgang met de Bijbel, er zullen in slagen elkaar als gelijkwaardige partners in het geloof te aanvaarden, ten einde samen in Gods zending te staan voor de opbouw van een rechtvaardige wereld voor allen.

Coördinatie voor Vlaanderen

De Werkplaats voor theologie en Maatschappij / vzw Motief is voor Vlaanderen coördinator van het internationale project Intercultureel Bijbellezen Deze coördinatietaak omvat het volgende:

  1. Informeren van groepen, organisaties, tijdschriften, kerken over het opzet en het verloop van het project.
  2. Begeleiden van groepen in het zoeken naar een partnergroep in het Zuiden of uit een andere culturele context hier. Ook scholen, gevangenissen, groepen waar armen het woord nemen, religieuze gemeenschappen… kunnen in het project stappen.
  3. Logistieke ondersteuning bieden bij vertaling en begeleiding.
  4. Informatie doorspelen aan de internationale coördinatie.

Ondertussenw erd de nodige ervaring opgedaan met het project. In de paasvakantie 2006 werd een bijbelweek georganiseerd onder begeleiding van Hans de Wit. Er werden informatiedagen georganiseerd. verschillende groepen zijn in het project gestapt. Nu wachten gevangenen uit Indonesië en groepen uit Peru, Colombia, Verenigde Staten op leespartners van hier.

ezra19Dit artikel verscheen in het voormalige VBS-Informatie. In 2009, bij het begin van de 40ste jaargang, kreeg het blad een nieuwe vormgeving. Sindsdien verschijnt het onder de naam Ezra – Bijbels tijdschrift.
→ Bekijk de recentste nummers van Ezra – Bijbels tijdschrift.
 
Leden van de Vlaamse Bijbelstichting krijgen het recentste nummer van EZRA om de drie maanden gratis opgestuurd.
→ Ontdek alle voordelen van het VBS lidmaatschap.

 

Reacties zijn afgesloten.